Uitgelicht, Strafproces Samir A.

In de Penitentiaire Inrichtingen in Vught verblijft ook Samir A. (Azzouz). Hij is op 2 oktober 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar, wegens het voorbereiden van een terroristische aanslag en het daarbij vormen van een terroristische organisatie. Het Openbaar Ministerie had in deze zogenoemde ‘Piranhazaak’ vijftien jaar gevangenisstraf geëist.

Eerdere arrestaties Samir A.

Samir A. werd al langer gevolgd door justitie, want zowel in 2003 als in 2004 is hij al eens gearresteerd. De eerste arrestatie vond plaatst op 17 oktober van het jaar 2003, de aanklacht luidde toen: het voorbereiden van een terroristische aanslag, dit heeft het Openbaar Ministerie nooit kunnen bewijzen, wegens een gebrek aan bewijs. De tweede arrestatie volgde op 30 juni van het jaar 2004, omdat hij verdacht werd van medeplichtigheid bij een roofoveral op een supermarkt, waar hij op dat moment werkzaam was.

De politie heeft na zijn tweede arrestatie, de woning waar hij woonde doorzocht, gedownloade en zelfgetekende plattegronden van strategische gebouwen in Nederland zijn toen ondermeer aangetroffen. De huiszoeking heeft uiteindelijk geresulteerd in een nieuwe aanklacht, namelijk: het beraden van aanslagen met een terroristisch oogmerk. Een aantal mogelijke doelwitten zouden zijn het hoofdkantoor van de AIVD, de kerncentrale in Borsele, de luchthaven Schiphol, het Ministerie van Defensie en de Tweede Kamer.

Samir A. is door het Gerechtshof vrijgesproken van de aanklachten, alleen is hij veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, wegens verboden wapenbezit. Aangezien hij al de nodige weken en maanden in voorarrest had gezeten, was Samir A. na de uitspraak een vrij man. Het Openbaar Ministerie is nog wel in hoger beroep gegaan, maar dit mocht niet baten, want op 18 november 2005 is Samir A. door het Gerechtshof in Den Haag vrijgesproken. Het Gerechtshof achtte wel bewezen dat Samir A. terroristische intenties had, maar deze intenties waren ‘pril, onbeholpen en primitief’.

Het Openbaar Ministerie is na deze uitspraak in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad gaf het Openbaar Ministerie gelijk en heeft de zaak doorverwezen naar het Gerechtshof in Amsterdam. Een gevangenisstraf van zes jaar is destijds geëist tegen Samir A., dit zijn in werkelijkheid vier jaar geworden. Samir A. is veroordeeld op 17 september 2007, omdat de rechtbank het bewezen achtte, dat hij brand en/of explosies voorbereide, tezamen met de voorbereidingen voor moord.

De Piranhazaak in 2006

Op 14 oktober 2005 is Samir A. voor de derde maal gearresteerd, ditmaal in Leiden. De arrestatie was onderdeel van een gecoördineerde actie van de AIVD en de politie, waarbij zeven verdachten in totaliteit zijn gearresteerd, die allen terroristische plannen beraamden. Bij Samir A. is onder andere een afscheidsboodschap op video aangetroffen en ook bleek dat hij zich bezighield met het verkrijgen van meerdere wapens.

Het Openbaar Ministerie claimde op 24 april 2006 dat hij lid was van een terroristische organisatie, de zogenoemde ‘Piranhagroep’, vandaar de Piranhazaak. De rechtbank in Amsterdam heeft Samir A. veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf, vanwege het voorbereiden van een terroristische aanslag, maar de vorming van een terroristische organisatie is nimmer bewezen. Het Openbaar Ministerie is wederom tegen het oordeel van de rechtbank in beroep gegaan en wederom met succes, want de straf werd met één jaar verhoogd, naar negen jaar.

Misverstanden over de Hofstadgroep

De Hofstadgroep is mogelijk iets bekender, dan de Piranhagroep. Samir A. zou van de eerst genoemde groep lid zijn, dit is bewezen geacht door de rechtbank, alleen is hij hier nooit voor veroordeeld. Hij bezocht namelijk regelmatig het appartement van Mohammed B. (Bouyeri), die bekend is van de moord op Theo van Gogh. Samir A. en Mohammed B. kenden elkander van vroeger, ze bezochten ondermeer samen de radicale ‘Tawheedmoskee’ in Amsterdam.